Historie

1. Van Landsmeer naar Amsterdam: De Vroege Jaren van Jan Vlieger
De geschiedenis van de firma Vlieger begint in 1869 in Amsterdam, maar de wieg van de oprichter stond op het platteland even ten noorden van de stad. Jan Vlieger werd op 10 november 1844 geboren in Landsmeer, als het zesde en laatste kind van Abel Vlieger en Aaltje Duijfs. Vader Vlieger was veehouder in dat dorp, maar zijn kleine boerderij bracht te weinig op om alle hongerige kindermonden te kunnen voeden. Omstreeks 1855 – Jan was toen een jaar of elf – verhuisde het gezin naar Amsterdam, waar pa en ma een melkwinkel begonnen aan de Prinsengracht, op de hoek met de Oude Looiersstraat. De verse melk werd met een schuit aangevoerd vanuit Landsmeer, via het Noordhollandsch Kanaal en het IJ. Kennelijk vonden zijn ouders dat hun jongste spruit met zes klassen lagere school over voldoende intellectuele bagage beschikte, want kort na de verhuizing ging Jan aan de slag als leerjongen in een drukkerij. Door een ruzie met zijn baas was dat eerste baantje van korte duur, maar vlak daarna kon hij zijn oudere broer Roelof opvolgen als leerjongen bij drukkerij Breeman in de Nieuwe Hoogstraat. Ook deze tweede betrekking was kortstondig: op twaalfjarige leeftijd kwam er een einde aan zijn typografische loopbaan, omdat hij een overstap maakte naar de boekhandel. De carrièreswitch was te danken aan zijn ontmoeting met Herman Koster, de aanstaande schoonzoon van zijn werkgever.
 
2. Een Leermeester en een Familie van Boekhandelaren
Koster kon wel een slimme jongste bediende gebruiken in zijn (kantoor)boekhandel aan de Haringpakkerij, vlak bij de Nieuwendijk. De jonge Jan Vlieger ontwikkelde een hechte band met de elf jaar oudere Herman Koster, die hem in 1869 in de gelegenheid zou stellen een eigen zaak te beginnen. Zij onderhielden hun leven lang vriendschappelijke betrekkingen en ook op andere manieren kreeg Vlieger later te maken met de Kosters, een Amsterdamse familie van boekhandelaren. Hermans vader Cornelis Johannes had de winkel aan de Haringpakkerij opgezet en was daarnaast een kleine uitgever van schoolboekjes en volksprenten; zijn broer Hendrik Gustaaf had een soortgelijke winkel aan de Leliegracht en onder de naam ‘Gebroeders Koster’ opereerden ze ook gezamenlijk als uitgevers. Na het overlijden van Cornelis Johannes in 1847 zette zijn weduwe Hendrika Stap de winkel aan de Haringpakkerij voort. De oudste zoon Cornelis Johannes jr. nam het bedrijf van zijn oom aan de Leliegracht over. Herman, de tweede zoon, kreeg de leiding over de winkel aan de Haringpakkerij. Veel later, aan het einde van de jaren tachtig, zou Henri, de jongere broer van Herman, een filiaal van Jan Vlieger gaan leiden. Een zoon van Cornelis Johannes Koster jr., een oomzegger van Herman, zou in 1905 de schoonzoon van Jan Vlieger worden.

De Haringpakkerij omstreeks 1880

3. Kinderarbeid, Handelsgeest en Zelfstandigheid
Maar zo ver was het nog lang niet, voorlopig was Jan de jongste bediende in de winkel van Herman Koster aan de Haringpakkerij. Kinderarbeid was destijds de gewoonste zaak van de wereld, vaak met een werklast die in hedendaagse ogen neerkomt op kindermisbruik. Hoofdschuddend vernemen wij dat de dertienjarige Jantje door Koster de boer op werd gestuurd als handelsreiziger, maar hijzelf had daar weinig last van – hij beleefde de expeditie als een spannend avontuur, niet als een inspanning die zijn krachten te boven ging. Koster wilde zijn assortiment uitbreiden met schoolbenodigdheden en daarom moesten de schoolhoofden in de provincie worden geworven als klanten. Jan kreeg een monsterpakket mee van pennen, potloden, schriften, leien en griffels, plus een doos sigaren om de onderhandelingen met de onderwijzers te faciliteren. Spoorlijnen werden in Noord-Holland pas aangelegd in de jaren zestig van de negentiende eeuw, dus de jeugdige vertegenwoordiger reisde per trekschuit, boerenwagen of te voet. Volgens de overlevering die teruggaat op Vlieger zelf en vermoedelijk enigszins is aangedikt, keerde hij beladen met bestellingen terug in Amsterdam. Voor hem was deze zwerftocht door Noord-Holland een initiatie in de volwassenheid; hij was er trots op dat hij als dertienjarige in zijn eigen levensonderhoud kon voorzien. Jantje kreeg een hardhandige opleiding in de leerschool van de praktijk.
 
4. De Overname: Van Bediende tot Eigenaar
In 1859 opende Herman Koster aan de Halvemaansteeg 9 een tweede winkel in papier en kantoorbenodigdheden, die – wederom volgens de overlevering – werd ingericht door de vijftienjarige Jan Vlieger. Koster, zijn vrouw Alida en hun zoontje van een jaar namen in augustus 1860 hun intrek in de woning boven de zaak in de Halvemaansteeg. De ouderlijke winkel aan de Haringpakkerij werd voortaan geleid door zijn jongere broer Henri en de twee winkels vormden samen een bedrijf dat op naam stond van Herman. Een catalogus uit 1861 of 1862 geeft een indruk van Kosters winkelaanbod: inktkokers, pennen, potloden, schrijf- en tekenpapier, albums, prenten en wat dies meer zij aan school- en kantoorbenodigdheden. Verder had Koster een klein assortiment kinderboeken in de aanbieding. Voor sommige titels trad hij op als wederverkoper, andere waren uitgeversrestanten die hij op fondsveilingen had gekocht. Enige van de laatste, als hij daarvan tevens het kopijrecht had verworven, bracht hij opnieuw uit met een omslag waarop zijn naam wordt vermeld als uitgever. Daarnaast zijn van Koster enige prentuitgaven bekend, voornamelijk reprises uit het fonds van zijn vader.
Ten tijde van hun verhuizing naar de Halvemaansteeg waren de Kosters nog niet lang getrouwd, maar blijkbaar pakte hun huwelijk slecht uit. Herman kon slecht tegen de ruzies, het jaarlijks toenemende kindertal en het echtelijke gareel. Toen hem in 1862 een baan werd aangeboden bij de Lands-Drukkerij in Batavia, greep hij de gelegenheid aan om te eclipseren. Getuige een advertentie in het Nieuwsblad voor den Boekhandel bood hij vóór zijn vertrek naar Nederlands-Indië zijn ‘affaire’ te koop aan, maar blijkbaar dienden zich geen gegadigden aan. Herman vertrok zonder zijn gezin naar de Oost. De winkel in de Halvemaansteeg bleef zijn eigendom, echtgenote Alida kreeg een volmacht als zaakwaarnemer en broer Henri hield een oogje in het zeil. In de praktijk kwam het erop neer dat de zaak werd gerund door Jan Vlieger.